Puffin – september 2010

26 september 2010

Schotland zomer 2010, deel 4/4

De rit van Skye naar Fort William/Kinlochleven door de Great Glen blijft altijd een heerlijke rit. Het zou gemakkelijker zijn om bij Armadale over te varen en dan de relatief korte rit van Mallaig over de A830 te nemen, maar de rit door de Great Glen is zo ongelooflijk mooi. Na al die jaren raak ik hier nog niet uitgekeken. Radio-ontvangst in delen slecht, dus Schotse en Ierse folk via de speaker van cd’s en de Ipod. De rit kan me niet lang genoeg duren, maar de werkelijke rijtijd is het maar ongeveer 2,5 uur. Veel verkeer op de weg en op de bochtige wegen een vrachtauto inhalen, doe ik niet zo snel, dus rijd ik gemiddeld 45 mile per uur, waar 60 is toegestaan. Zeer relaxed rijden. Probleemloos bereik ik, na een korte theestop in Fort William, de campsite in Kinlochleven. Aardig wat veranderd hier sinds vorig jaar. Deel van kampeerveld is omgeploegd en biedt plaats aan drie kokervormige huisjes, met elk drie bedden. Basic (hoewel: elektra en een koelkastje), maar je hoeft geen tent op te zetten. Ziet er nieuw uit en zo te zien aan de ‘plattegrond’ van het veldje, komen er nog twee van die overnachtingshokjes. Vanwege de wind op Skye niet gekookt, dus nu maar weer eens in de weer met gasbrandertje en de pan. Rijst en iets ondefinieerbaars uit blik. Vooraf glaasje Orkney wine en als toetje een lekker kaasje: Wenslydale met cranberry. En dat alles wordt vanavond in de pub uiteraard weggespoeld met een glas 80/-.
Het weer is zoals dat in de loop van bijna dertig jaar van Schotland gewend ben: regen, regen en nog eens regen. Nou, het valt mee, tot ik zondagochtend vroeg wakker word en de regen op het tentdoek slaat. Wat campingeigenaar Callum zaterdagavond ook heeft gezegd (,,het wordt morgen beter... .’’), het wordt niet droog. Ja, als ik in het zeiknatte weer de tent zo goed en kwaad als het kan heb ingepakt en naar de kerk in Fort William rijd, dan wordt het droog! En of de duvel ermee speelt, het blijft droog tot licht regenen, tot ik in Craignure op Mull op de camping arriveer.

Even tussendoor: deze zondag in Lochaber uiteraard de kerkdienst in de Fraserburgh Macintosh church bezocht. Ken er door de loop der jaren al een paar mensen en het is dan leuk om in de zondagdienst ‘thuis’ te komen. Een paar weken geleden is mijn eigen predikant uit Rotterdam met zijn vrouw hier geweest, aan het slot van hun West Highland Way (een acht tot tiendaagse wandeling die net boven Glasgow begint). ,,Ruud, Ruud,’’ zei ze toen ze me na thuiskomst in de kerk zag, ,,we waren in Fort William in de kerk en men vroeg daar of we jou kenden…’’. En nu zei men tegen mij dat ze een paar weken geleden mijn predikant waren tegen gekomen. Dat kan ik ze volgende week bij thuiskomst weer vertellen. En zo gaat het dan rond. Is daar niet een uitdrukking voor? Het is niet het Droste-effect.
Hoe dan ook kan ik mijn predikant vertellen dat hij de laatste kilometer van de West Highland Way moet overdoen. Het eindpunt is verplaatst. Commerciële overwegingen (je moet nu de hele hoofdwinkelstraat Highstreet door, maar het is de moeite wel waard. Een tot voor kort onbenullig pleintje Gordon Square in Fort William (het Valkenburg van Schotland) is opgeknapt en van twee kunstwerken voorzien. Het ene is het tegelwerk (van steen uit Caithness) in de straat, met daarin in gebeitst de route van de West Highland Way. Het tweede is een brons Sore Feet, van een man die aan zijn ontblote, pijnlijke voet wrijft. Zitgelegenheid om de man heen, dus dit wordt een veel gefotografeerde plek.
Sore Feeet, Fort William - © Ruud F. Witte 2010

Jammer van de regen. dat maakt de rit van Fort William naar Mull en vooral het gedeelte van de Corran ferry naar Lochaline iets minder mooi. Minder fraaie vergezichten en minder gelegenheid wat om me heen te kijken over Morvern, want alle ogen zijn nu constant gericht op de weg. Als ik het goed heb begrepen is het woensdag - als ik hier weer weg ga - niet veel beter.
Op Craignure, de vaste stek tijdens een verblijf op Mull, is mijn vaste plek op de campsite Shielding Holidays beschikbaar. Het blijft regenen, zoals gezegd, van miezer tot het echte werk en uitstel van het opzetten van de tent levert dus weinig winst op. Het grote nadeel van een natte tent inpakken en in de nattigheid weer opzetten is, is dat alles nat is en blijft. Zelfs als ik uren later in de slaapzak duik, voelt die klam aan. Klam is en blijft het centrale woord vannacht. Het blijft regenen, tot de volgende morgen. En nooit hoef ik 's nachts de tent uit en uitgerekend deze nacht rond een uur of twee moet ik poepen. Je kunt twee dingen doen: niet gaan en nog uuuuuren wakker blijven liggen, of er toch uitgaan en later met natte jas en broek de tent weer induiken. Ik kies toch maar voor het laatste. Vrolijk word ik er niet van. Aan de andere kant: vanwege de aanhoudende regen heb ik mezelf zondagavond toegestaan niet te koken, maar uit eten te gaan in de pub, de Craignure Inn.
Craignure Inn bij avond - © Ruud F. Witte 2010

Het blijkt geen verkeerde keuze. Op het menu staat onder andere mosselen. Daar ben ik toch al een liefhebber van, maar hier zijn het mosselen van de kwekerij van het eiland zelf. Daar kom je, vanaf de campsite gerekend, altijd langs als je richting Iona gaat, maar dit wordt mijn eerste kennismaking met het Schotse zeebanket. Het is heerlijk, maar thuis bereid ik dit gerecht beter, al zeg ik het zelf. In de eerste plaats zijn de mosselen hier kleiner dan ik gewend ben van mijn eigen Scheveningse fishmonger, Simonis. En de zo te horen Duitse kok is ook niet zuinig met tijm. Maar toch bijzonder om nu eens mosselen van dit eiland te proeven. De patat mocht ik verruilen voor brood dat ik in de overheerlijke saus kon dippen. En dan het uitzicht vanuit de raamnis over de Sound of Mull...Je bent de regen van vandaag direct vergeten. En gelukkig laten voor- en hoofdgerecht voldoende ruimte voor roemruchte toetje prio 3 (na biest en cranachan) dat ik hier jaren geleden voor het eerst heb gegeten: bread and butterpudding. Ik weet dat ik, net als voorgaande jaren, dat als ik de komende avonden zelf ‘kook’ (stel je er niet teveel van voor als je maar één pitje tot je beschikking hebt), ik hier voor hetzelfde dessert ga. Niet te versmaden!
De bar van de Craignure Inn - © Ruud F. Witte 2010

De twee volle dagen op Mull hebben niets bijzonders in zich. Het worden gewoon hernieuwde kennismakingen met vertrouwde plekken. Helaas geen boottocht naar Staffa (Fingle’s cave, waar Mendelssohn zijn beroemde Ouverture on the Hebrides op heeft gecomponeerd) en ook niet naar Lunga, het puffineiland waar ik telkenjare een paar uur temidden van honderden papegaaiduikers of puffins doorbreng. Daarvoor is mijn vakantie te laat. De puffins, die een clowneske bek hebben, komen alleen aan land om te nestelen en als de jongen groot genoeg zijn om uit te vliegen verdwijnen ook de ouders met hun regenboogkleurige snavels richting de oceaan, om pas volgend jaar terug te keren. Heb al honderden foto's van deze, mijn favoriete watervogel, maar bleek ze kwijt te zijn net toen ik thuis zo'n digitaal fotolijstje had gekocht om die bij mijn uitgebreide collectie puffinprullaria te zetten. Op het lijstje prijken nu wat foto's die ik van internet heb geplukt, maar er moeten uiteindelijk eigen foto’s in.
Maar het is droog, de zon schijnt en de heerlijke rit over de enkelbaansweg van hoofdplaats Tobermory via Dervaig (tot voor een paar jaar n het Guinness Book of Records vanwege het kleinste theater [49 stoelen] ter wereld) en Calgary is uiterst plezierig. Ik houd gewoonlijk van doorrijden, maar het is geen straf om met een gangetje van vaak nog geen 30 mile per uur hier rond te rijden. Zoals gebruikelijk op de passing place uitwijken voor de tegenligger en elkaar altijd groetend en zo vliegt de tijd toch voorbij. Pas na vieren ben ik terug op de camping, om in de nabijgelegen Sparwinkel de ochtendkrant te halen. Ze zon blijft lichtjes schijnen, er is een briesje, dus de tentdeuren voor en achter gaan open om de boel lekker te laten doorwaaien. Een wee dram (Bowmore, nog de eerste fles, want week niet gedronken weet je nog?), de krant en een aantal pagina's in Tony Blair, a Journey en de dag kan niet meer stuk. Nu eten koken, dan naar de pub en al regent het vannacht pijpenstelen, Scotland heeft zich aan mij weer van zijn beste kant getoond vandaag.
De dinsdag kan ook al niet stuk. Geen speciaal programma, maar hernieuwde kennismakingen. Een bezoek aan Loch Duibhe aan de zuidoostkant van het eiland is altijd bijzonder, al is het maar vanwege de kronkelige enkelbaansweg. Aan het einde is er de wegens instortingsgevaar afgesloten overblijfsel van Castle Moy, hoewel er aan de borden en de steigers is te zien dat er gerestaureerd wordt. Alleen is er vandaag geen activiteit.
bij castle Moy - © Ruud F. Witte 2010

Dan is het hoog tijd voor een hernieuwd bezoek aan Tobermory. Ben geen luncher, maar wil nu toch – zoals altijd als ik hier ben – fish and chips, van de enige aanhangwagencafetaria dat is aangesloten bij de restaurantclub, Les Routiers. Met de krant en de bak eten naar Aros Park (picknickplek, net buiten Tobermory. Na ook daar naar de radioplay te hebben geluisterd (onder het genot van een mooie sigaar), rijd ik om Ben More terug richting camping. Een rit van niet al teveel miles, maar ook hier weer alleen een goeddeels onoverzichtelijke enkelsbaansweg. Opvallend: deel van de rit om de berg heen is het zeer donker vanwege de grote wolkenpartij die tegen de berg aanleunt. Maar hoe dichter ik bij de aan de kust gelegen camping kom, hoe lichter het wordt.
De dag is nog jong en met een glaasje Orkney wine bekijk ik op de laptop de film Invictus, over hoe het wereldkampioenschap rugby blank en zwart Zuid-Afrika bijeenbracht. Het boek heb ik eerder in de vakantie al gelezen. Had ik beter andersom kunnen doen. De film mist – uit tijdsoverwegingen, denk ik - fraaie aspecten uit het boek, zoals hoe de rugbyplayers het ‘zwarte’ Zuid-Afrikaanse volkslied instuderen. En uiteraard heb ik – maar dat is altijd als je een film kijkt die is gebaseerd op een boek dat je al hebt gelezen – een ander beeld bij het verhaal.
In de pub bestel ik nog een keer de bread and butterpudding en die wordt weggespoeld met een heerlijke pint St. Andrews Ale. Terwijl ik gezeten aan een tafeltje de foto’s bekijk die ik de afgelopen weken heb gemaakt, raak ik aan de praat met een Engels stel, dat voor het eerst op Mull is en graag mijn ervaringen wil horen. Het adres voor de fish and chips knoopt het in de oren. En terwijl ik later op de avond de bovenstaande regels tik, regent het buiten weer eens voor de verandering. O joy!

De nacht brengt droogte, maar niet voor lang. Als ik ’s morgens wakker word, tikt de regen bepaald niet zachtjes tegen het tentdoek. Uurtje blijven liggen in de hoop dat het droog wordt. Dat gebeurt niet. Dus er toch maar uit en dan blijkt dat het met de regen wel meevalt. Veel geschreeuw en weinig wol, zo te zeggen. En net als de koffie is ingeschonken – de Nederlandse voorraad is nog niet op – wordt het echt droog en de zon waagt het zelfs voorzichtig tevoorschijn te komen. Uiteindelijk kan de tent zelfs in de droogte worden ingepakt, al is de tent zelfs wel zeiknat. Het gehele pakket daarom maar in een vuilniszak gedaan, om te voorkomen dat de rest van de spullen in de kofferbak ook nat worden. De tent kan volgende week thuis drogen over de balustrade, of misschien letterlijk op de redactievloer.
De rit naar het vasteland (via Morven, Strontian en richting de westkust, om vervolgens over de A830 af te buigen naar Fort William), verloopt wisselend droog, miezer en echte regen. Besluit om in Kinlochleven maar niet de tent op te zetten. De ervaring van zondag in Craignure leert dat de damp lang blijft hangen in de tent. Eigenaar Blackwater campsite/youthhostel in Kinlochleven gebeld met de vraag of er nog plaats is in zijn herberg. Dat blijkt het geval. Sterker nog, ik heb dezelfde kamer als die ik vorig jaar had toen ik hier met vrienden was. En met beetje geluk heb ik de vierpersoonskamer voor me alleen. Hier staan geen bijzonderheden op het programma meer. Het is alleen een extra stop, om niet in een ruk door te hoeven rijden naar Edinburgh. Nog één nacht dorpse rust en dan langzaam naar de echte grote weg en de grote stad.
Wel vreemd, om dichter bij huis te komen, ben ik nu noordelijker geëindigd dan ik vanochtend vertrok…
Loch Etive, bij glencoe, op weg naar Edinburgh - © Ruud F. Witte 2010

Edinburgh voelt weer als een warme jas. Logeren bij vrienden die ik al jaren ken en die geen moeite hoeven te doen me de stad rond te leiden of wat dan ook. Ik ken Edinburgh bijna zo goed als Gouda, dus ik weet mijn winkeltjes en koffieadressen en zo wel te vinden. Als vanouds bij K+L de eerste avond lamsvlees bereid, met all the trimmings en natuurlijk mijn eigen wijn om het geheel weg te spoelen. De volgende dag tegen einde middag met L. nieuwe pub in Rose Street bezocht. Dacht dat ik alle pubs die er toe doen in deze straat in de loop der jaren wel kende, maar 37 is het waard om tijdens volgend bezoek aan Edinburgh nog eens met bezoek te vereren. Daarna gedrieën uit eten. Hoewel gedrieën… halve eettent is gevuld met collega’s van de bank van K.. Ze legt me haarfijn uit wie wie is en waarom…
Na goede nachtrust, zaterdag de boodschappen in Cameron Toll en vervolgens met auto aantal straten kriskras doorgereden, om weer wat nieuwe plekken te ontdekken. Het gemakkelijke van de sat-nav is dat je als je het zat bent, je de route richting Berwick aanzet en het apparaat loodst je de stad uit. Met de laatste ‘verse’ waar uit Berwick, koers richting Newcastle, waar ik zo de boot kan oprijden. De lift brengt me in no time naar de tiende etage, war de borrel al op me wacht. De overtocht verloopt soepelere dan de heenreis. Wel wat deining, maar bepaald niet zo hevig als eind augustus. Het eten smaakt weer prima.
Na het plaatsen van deze update op internet is het tijd voor ontbijt (uiteraard bacon and eggs) en dan wachten op de ontscheping, uurtje rijden naar huis en dan het uitpakken

Geplaatst door Ruud om 08:04 | Berichten (0)

17 september 2010

Schotland zomer 2010, deel 3/4

Glen Affric heb ik de afgelopen jaren steeds als eerste stop gebruikt in de zomervakantie. Weekje luieren, wat wandelen, boek lezen, etc. om het tempo er uit te halen, zeg maar. Mezelf dwingen niet om zes uur ’s morgens op te staan (er is toch geen moer te beleven op deze camping). Pas al ik merkte dat ik op BBC Radio 4 de Afternoon Play, of hoorspel (elke middag om 15.15 uur NL-tijd) volledig kon volgen, wist ik dat ik was uitgerust en kon de eigenlijke vakantie beginnen; dan was de stress verdwenen. Hoe dan ook, dit jaar is het anders gelopen. Ben eerst naar Shetland en Orkney geweest, dus nu pas halverwege de vier weken durende vakantie in het dorpje Cannich (voor de Gouwenaars: denk aan Twaalfmorgen en dan heb je de omvang van dit dorp wel in overtreffende trap) bij de entree van Glen Affric. De eerste dagen de pub gemeden, want om daar binnen te stappen en Coca-Cola of Irn-Bru te bestellen… Zondagavond toch maar keer gezondigd. Hoewel, volgens mijn jongste zus mag een enkel glaasje af en toe wel als je aan de antibiotica bent. Dat af en toe is dus vanavond, bij de maaltijd. Maar daar gaat het nou niet om. Ik stap de pub binnen en daar zitten aan de bar twee stamgasten die ik er vaker heb ontmoet. Een van de twee zegt bij mijn binnenkomst: ,,Hallo Ruud, je bent laat dit jaar…’’ Dat verzin je toch niet?
Heb hier verder alle weer dat je je bij Schotland kunt voorstellen: regen, wind, zonneschijn en dat allemaal in soms minder dan een uur.
Dorp heeft niet alle zondagen kerkdienst, dus vanochtend uitgeweken naar Beauly, op half uurtje rijden. Voorganger is de rev. Edgar Ogsten, die preekt over het verloren schaap. Beeldt dat ook uit voor de kinderen. Haalt uit tas vijf stuffed dieren tevoorschijn die verstoppertje spelen. Een dier heeft zich te goed verstopt, een schaap. Aan de kinderen de opdracht het beest in de kerk te zoeken. Grappig.

Maandag is autodag. Op naar Skye. Geen overdreven grote afstand in rijtijd, dus maar niet voor de logische route gekozen. Neem het pad dat mijn voorkeur heeft, via Garve en Loch Carron. Uiteraard is er de korte stop in Plockton en dan is het via de hoge brug naar het eiland Skye. Op de brug is al te merken dat het hier straf waait. Het grote info-bord langs de weg waarschuwt ook voor de wind. Vanwege het weer besluit ik eerst maar naar de camping Sligachan te rijden, om de tent op te zetten. Daar aangekomen maken hevige wind en regen die klus bij voorbaat kansloos. Dus keer ik terug naar Broadford om daar een nacht in de jeugdherberg door te brengen. Doe dat in de zomer liever niet en al snel blijkt dat ik hier niet gelukkig word, maar er is geen alternatief. Een kamer met twee stapelbedden. Als ik rond zes uur nog even wat in de kamer breng, zij de drie roomies er ook. De kachel staat op de hoogste stand zo te voelen, kleren hangen er op te drogen en het raam is dicht. De dader: een gezette man, die op mijn opmerking dat het warm is en of er een raam open kan, zegt dat het buiten koud is. ,,Het is geen zomer meer!’’ Die bolle heb ik dus eerder beneden zien rondlopen in korte broek, stoere bergschoenen en een ondefinieerbaar hoedje op. Beneden dus de Grote Wandelaar uithangen en op de slaapkamer blijkt het een mietje van de eerste orde. In de common room is het een hoop lawaai van tieners die naar het volume te oordelen denken dat de overkant van de tafel tien kilometer weg is. Ik besluit dus naar de auto te gaan, om daar het boek Playing the Enemy Nelson Mandela and the game that made a nation uit te lezen. Eenmaal terug in de slaapkamer is de kachel gelukkig uit, maar het raam is en blijft dicht. Geen frisse situatie. De volgende ochtend, als ik even het toilet heb bezocht en terugkeer, merk ik het grote verschil tussen de frisse, relatief schone lucht van de gang en de stank en hitte in de slaapkamer. Het is nog vroeg, maar ik besluit maar te gaan douchen en de slaapkamer verder niet meer te betreden tot ik vertrek.
Het weer is opgeknapt. Dat wil zeggen, het regent niet meer, en de wind is wat gaan liggen. Eerst dus maar naar Sligachan om de tent op te zetten, nu het nog kan. Klusje is snel geklaard. Tent staat strak. Dat is maar goed ook, want beheerder (die hoort dat ik drie nachten wil blijven) zegt dat er nog veel meer wind onderweg is. De dag verloopt zoals ik graag zie op Skye: zon, wind, regel en zelfs hagel. Tijd voor een mooie rit naar Neist Point. De vuurtoren daar heb ik al eens bezocht, dus de loop over een smal en vandaag zelfs druk pad, hoef ik niet zonodig te doen. Geniet wel van de fraaie vergezichten.
Op route naar Neist Point- © Ruud F. Witte 2010

Met de kranten – de dagelijkse voorraad Scotsman en Press and Journal - kom ik de rest van de dag door tot het tijd is om naar de pub te gaan. Vanochtend de laatste capsule van de antibioticakuur geslikt, dus ik kan weer aan het bier. Dan ben je op Sligachan aan het juiste adres. Seamus bar tegenover de camping heeft ruime keus en als je nog meer dorst heb, zijn er ook nog 300 verschillende malt whisky’s.
De grote pub is dicht vanavond, vanwege een besloten bijeenkomst. Zo te zien een informatieavond van de politie voor eilandbewoners. Dus bier in de bar van het hotel waartoe Seamus behoort. Heeft toch niet dezelfde atmosfeer als de grote. Als je de link bar van het hotel klikt, zie je foto. ‘k Heb tafeltje in ronde hoekgedeelte. Maar ja, het wordt al snel heel donker, dus het uitzicht is 0,0
In de nacht van dinsdag op woensdag begint het echt te storm. Tent houdt zich prima, maar ik word toch om de haverklap wakker, vanwege het geklapper van het tentdoek, het geluid van de wind en de herrie van de regen die tegen de tent slaat. Het is heftiger dan vorige week op Orkney. ‘k Bedenk vast wat ik woensdag doe: opbreken en naar het vasteland gaan, of toch maar blijven in de hoop dat de storm een keer gaat liggen. De volgende ochtend staat besluit vast: ik blijf. Op het vasteland is het ook niet best, hoor ik op het regionale weerbericht (al heb je daar wel sheltered campings, dus minder last van de wind) en als, als tijdens ontbijt de zon schijnt en de wind weg is en ik schitterend uitzicht op de RedCuillins heb, weet ik weer waarom ik hier zo graag ben.
Spreek die avond mijn ‘buurman’ nog even. Nee, hij heeft de motorfiets niet uit voorzorg weggezet. Het vehikel is door de storm op zijn voortent gevallen; één tentstok gebroken. Nu begrijp ik ook zijn krachtterm van de afgelopen nacht een stuk beter…
Als ik ’s middags bij de tent in de auto zit, word ik weer getrakteerd op een mooi natuurverschijnsel. Regen en zon en daar zijn twee regenbogen, de een wat scherper dan de ander, maar toch mooie halve boven van de bergrand ter linkerzijde tot die aan de andere kant. Het wordt door meer mensen gezien, want binnen paar tellen staat iedereen buiten met de fotocamera.
Regenboven op Sligachan- © Ruud F. Witte 2010

Om me te wapenen tegen een nieuwe stormnacht (ach, elke smoes is welkom…) duik ik de pub in voor pint en een warme prak, een lekkere fishpie en wat zalm als voorafje.

[UPDATE SHETLAND GEDEELTE:] Dagblad Scotsman meldt dat het 500 meter lange strand naar St. Ninian’s Isle is uitgeroepen tot het mooiste strand van het land, door bezoekers van stranden die hebben meegedaan aan een onderzoek door Keep Scotland Beautiful. Het strand kreeg dertig procent van de stemmen.
[NEWSFLASH:] Een puffin of papegaaiduiker (hence the name of this weblog! heeft internet verslagen, meldt BBC Radio Scotland zojuist. De puffin heeft een filmpje overgevlogen naar Skeegness. Bij aankomst was het uploaden naar YouTube nog maar voor een derde voltooid…

Vandaag (donderdag) vanwege slechte weer eerst naar Elgol gereden. Geen nieuwe route (de enige weg naar een fraaie boottocht met de Bella Jane naar Loch Coruisk), maar wel heel mooi. Enkelbaansweg, weinig gelegenheid hard te rijden, dus volop genieten (weer) van het schitterende landschap van Strathaird.
De Cuillins, gezien vanaf Elgol- © Ruud F. Witte 2010

Daarna terug naar Strath Suardal en aan de wandel richting Boreraig, restanten van een dorpje, waar ik jaren geleden met een ranger ben geweest. Bijzonder gebied en zo verlaten, dat de weinige bezoekers volop de gelegenheid hebben van de natuur te genieten. Die keer met de ranger zag ik adelaar (ik wist niet dag het een adelaar was, maar dat vertelde hij mij) die zijn/haar jong vliegles gaf. Het jong vloog en de ouder vloog er onder, klaar om het jong op te vangen als het mis zou gaan. Wel, geen adelaar dit keer. Heb Boreraig niet bereikt. Het landschap is mooi, maar ook zeiknat. Wandeling vergt meer tijd dan er is. Op iets meer van tweederde omgekeerd, omdat ik wel rond borreltijd (prioriteit nummer 1 in de post-antibioticatijd) terug wil zijn op de camping. Terwijl ik bovenstaande tik, lopen rond mijn auto op de camping twee schapen. Wat is dat toch met die beesten, Gras genoeg in dit land en uitgerekend tussen mijn auto en de tent gaan ze grazen… Dat is ook het probleem langs de wegen. Is bermgras dan echt het lekkerste gras? Rare meisjes die schapen…
Laatste avond op Skye (nu wel in de Seamus bar) afgesloten met een fraai glas van de lokale stook, een Talisker 57 degrees north. 57 Slaat niet alleen op de ligging of latitude (57 graden noorderbreedte) van de distilleerderij, maar ook op het alcoholpercentage. Ik slaap dus prima vannacht.
Paar van de 300 verschillende malts in de Seamus bar op Sligachan- © Ruud F. Witte 2010

Vrijdag begint met regen op het tentdoek, maar eenmaal buiten zie ik ook delen blauwe lucht. Als het weer vandaag net zo is, als gisteren, mag ik niet klagen. Ontbijten, tent opbreken en voor het weekeinde naar het vasteland: Lochaber, met standplaats Kinlochleven. Daarna naar Mull. Meer daarover in de volgende bijdrage.


Geplaatst door Ruud om 09:16 | Berichten (0)

12 september 2010

Proms

De Britten hebben een mooie traditie met zomermuziek, de promenadeconcerten, of Proms. Het seizoen is zojuist traditioneel afgesloten met de Last Night of the Proms.(Klik hier voor programmaboekje, beschikbaar t/m zaterdag 18 september ), met als tweede deel van de avond de traditionele nummers als Jerusalem en Land of Hope and Glory.. Mooiste concertavond dit jaar was het optreden van Jamie Cullum en daarbinnen het nummer There’s a land of begin again. Het is een oorlogsnummer, in 1942 al gezongen door Vera Lynn. Op de website an de BBC is – zo lang als het duurt – een klein stukje van dit nummer terug te zien en te horen. Maar hij heeft het ook vorig jaar 10 november de avond voor Rememberance Day (dodenherdenking) gezongen in diezelfde Royal Albert Hall in London. En dat filmpje heb ik op You Tube gevonden:

.

De tekst:

There's a land of begin again
On the other side of the hill

Where we learn to love and live again
When the world is quiet and still
There's a land of begin again
And there's not a cloud in the sky
Where we'll never have to grieve again
And we'll never say goodbye

When all your troubles just surround you
And around you skies are grey
If you can only keep your eyes on
The horizon, not so far away

There's a land of begin again
On the other side of the hill
Where we learn to love and live again
When the world is quiet and still
There's a land of begin again
And there's not a cloud in the sky
Where we'll never have to grieve again
And we'll never say goodbye

There aren't any signposts to guide you
You don't need permission to stay
And you'll find there's something inside you
Showing you the way

There's a prize we can win again
And together, somehow, we will
There's a land of begin again
On the other side of the hill

(Hughie Charles / Ross Parker, Vera Lynn – 1942)

Geplaatst door Ruud om 00:09 | Berichten (0)

10 september 2010

Schotland zomer 2010, deel 2/4

,,Dat praat wat gemakkelijker,'' klinkt het in het Nederlands als ik in de jeugdherberg van Kirkwall op Orkney vertel dat ik Nederlander ben. De beheerder is dus ook Nederlander. Heb geen idee waar ik precies ben in Kirkwall. TomTom heeft me van veerboot langs verschillende wegen hierheen geleid. Pas de volgende ochtend merk ik dat ik heel dicht bij centrum zit. Vanuit raam van de eetzaal zie ik de schoorstenen van de whiskydistilleerderij Highland Park. Fraai, maar uur later zal blijken dat ik week aan de antibiotica ga (zie weblogverhaal Onder het mes hieronder), dus drinken is er even niet bij.
Het waait stevig en er zit nog meer wind, storm zelfs, aan te komen. Dat belooft wat voor het kamperen. Met je tentje kun je nog steeds overnachten naast het dorpshuis van Deerness, aan de zuidoostkant van het hoofdeiland. Telefoonnummer hangt op brief achter het raam. Om te bellen, moet je naar bewoonde wereld, want er is hier met mijn Britse gsm (die alleen Vodafonenetwerk zoekt) geen ontvangst. Weinig verkeer op de 'hoofdweg' langs de camping. Wat landbouwvoertuigen en 's morgens forensen die richting de hoofdstad Kirkwall of het vliegveld gaan en begin va de avond terugkeren.
Net als ik ‘s middags met grote moeite mijn tent opzet, komt de beheerster, Linda Bonner, langs. Ze heeft geduld, zodat ik eerst de tent stevig kan vastzetten. Ze overhandigt me sleutel voor de zijkant van het dorpshuis waar zich douche, toilet en wastafel bevinden. Vanwege de storm mag ik de keuken van het dorpshuis gebruiken; de beheerster haalt een tussendeur van het slot.
Rond vier uur begint het wat te regenen tegen zes uur is het echt mis. Dat wordt kranten en boeken lezen in de auto. Een verschil met Shetland, maar in al die jaren vakantie in Scotland, ben ik wel wat gewend. Voor de dorpsgemeenschap is de wind het goed nieuws. Naast het dorpshuis staat een windmolentje en in de hal van de community centre kun je op een bord aflezen hoeveel er wordt opgewekt, hoeveel het totaal aan kW's van die dag is en het totaal sinds de plaatsing van de windmolen.
Energiestand communitycentre Deerness- © Ruud F. Witte 2010

’s Nachts in de tent is de storm goed merkbaar. De tent gaat aardig heen en weer, maar de kwaliteit van de constructie bewijst zich. Windkracht negen (heeft de radio gezegd) en er gebeurt niets dat je niet wenst op zo'n avond. Vanwege de storm wel paar keer wakker ’s nachts. Maar wat is er lekkerder dan je dan te kunnen omdraaien om verder te pitten. Ik ben niet iemand die dan nog uren wakker ligt…
De volgende ochtend heeft de storm in kracht afgenomen, het is al uren droog en na ontbijt en heerlijke douche is het tijd Orkney opnieuw te verkennen. Kaart en TomTom in de aanslag, karren maar.

Uiteraard ga ik terug naar Earl’s Palace, een kasteelruïne, net boven Birsay, in de zestiende eeuw gebouwd door earl Robert Stewart. De dikke muren staan nog goeddeels overeind, maar verder heeft het de tand des tijds niet goed doorstaan. Maar het kan hier behoorlijk waaien, dus...
Earl's palace- © Ruud F. Witte 2010

Ernaast staat de eenvoudige en nog oudere St. Magnus Church, gebouwd in 1064, en her- of verbouwd in 1664 en 1760 (waar folders al niet goed voor zijn.... Het verhaal wil dat hier St. Magnus is begraven nadat hij was vermoord door zijn neef Haakon in 1115. De overblijfselen zijn later overgebracht naar wat nu St. Magnus Cathedral is in Kirkwall.
Gebrandschilderde ramen St. Magnus, orkney - © Ruud F. Witte 2010

Het 'Stonehenge' van Orkney, Ring of Brodgar, is druk met bus vol toeristen. Geen geschikt moment dus om foto's te gaan maken. Uitstellen tot een volgende dag. Vervolgens alvast even naar St. Margaret's Hope om te informeren wat de vertrektijden zijn van de veerboot naar het vasteland van Schotland vrijdag. Ik kan opnieuw, vanuit Stromnes varen, maar die boot is gelijk aan de twee die ik al heb gebruikt. Pentland Ferries heeft bijna twee jaar geleden een catamaran in gebruik genomen en dat wil ik wel eens meemaken. Bovendien is de overtocht in tijd korter en bovendien goedkoper dat de staatsgesubsidieerde Northlink.
Pentlandferry - © Ruud F. Witte 2010

De volgende dag blijkt de Ring of Brodgar, op een landtong tussen Harray Loch en Stenness Loch bijna verlaten. Het handjevol bezoekers stoort me niet. Mooie gelegenheid om foto's te maken van de 36 staande stenen (het waren er zo'n 4.000 jaar geleden 60!) op de kiek te zetten en te genieten van de rust, ja zelfs bijna sereniteit.
Ring of Brodgar - © Ruud F. Witte 2010

Nieuw in het rijtje bezochte bezienswaardigheden zijn de grillig gevormde kliffen van Yesnaby. Kan het gat eerst niet vinden op de TomTom, dus een beetje op goed geluk een zijweg ingereden. Na tien minuten eindigt de weg bij een boerderij. De boer glimlacht. ,,Je bent de eerste niet die verkeerd rijdt’’, zegt hij. Hij pakt zijn bril en laat op mijn kaart van Orkney zien hoe ik wel moet rijden. Het bezoek aan Yesnaby is de moeite waard. Mooie vergezichten, de kliffen zelf zijn het bekijken meer dan waard. Er moet een fraaie wandeling te maken zijn van een paar uur, dus dit plekje gaat op de lijst voor (een) volgend jaar, want dat is terugkeer naar Orkney staat na twee bezoeken wel vast.
Yesnaby- © Ruud F. Witte 2010

Uitzicht bij Yesnaby - © Ruud F. Witte 2010


Bonus is een bezoek aan de ruïne van de ronde kerk van Orphir, deel van een Noorse nederzetting. Daaarbij een zelfbediening visitorcentre, waar onder andere een film wordt vertoond met een sage die zich hier heeft afgespeeld. Uiteraard is het een verhaal met moord en doodslag.
Uitzicht vanaf Orphir - © Ruud F. Witte 2010

Vrijdag is opbreekdag. Het is droog, dus mooie gelegenheid om slaapzak te luchten aan de waslijn, de spullen in de kofferbak te ordenen en vuil wasgoed naar de achterste koffer te dirigeren en verse voorraad kleding is de tas op de achterbank te stoppen. Als het de komende dagen gaat regenen (dat is voorspeld), is dat alvast maar gedaan.
Overtocht per catamaran van Pentland ferry. Had hoge snelheid verwacht, maar dat merk je niet. Toch moet het hard gaan, want overtocht met oude boot was 1,5 uur en nu ben je in uurtje over. Storm is inmiddels verdwenen. De rit op vasteland langs John O’Groats, Wick en Glenmorangie (Tain) is prachtig. Hier lange tijd niet gereden en dan ook nog volop zonneschijn. Pas op ringweg Inverness wordt het druk, maar zodra ik de A82 richting Loch Ness ga, is het weer rustig op de weg. Hoe dichter ik bij Cannich in Glen Affric kom, hoe meer de bewolking toeneemt. Het blijft droog en het is niet koud. Toch is er voor vannacht en morgen regen voorspelt. Nou je, tent staat inmiddels, is doorgewaaid en klaar voor de nacht.

Geplaatst door Ruud om 20:39 | Berichten (0)

8 september 2010

Onder het mes

Letterlijk. Al week last van een bult in mijn nek (de grap dat het mijn hoofd is, heb ik zelf al gemaakt, dus bespaar je de moeite). Eerste gedachte is dat ik gestoken ben door 'iets', maar in het weekeinde is het nog niet over. Daarom maandag in Lerwick naar de huisartsenpraktijk vlakbij het ziekenhuis. Strikte regels daar. De bult is niet levensbedreigend, dus ik moet afspraak maken voor de volgende dag... Dat heeft geen zin, want maandagavond vaar ik naar Orkney.
De volgende ochtend in Kirkwall nieuwe poging, in Skerryvore practise. Daar alle begrip. Kan er uur later terecht. En op vertoon van de internationale kaart van mijn ziektekostenverzekering CZ, hoef ik niets te betalen (CZ had maandag gezegd dat als er kosten verbonden zouden zijn aan de hulp ik die in Nederland kan declareren en als de kosten boven de 250 euro komen, de verzekering zelf direct in actie zou komen). Dokter (‘gp’) Huw Thomas ziet al direct wat er aan de hand is, een bacteriële ontsteking in een 'haarzakje' en onderneemt direct actie. Hij zet mesje in de bult en laat er bloed en pus uitopen. (,,Dit vinden dokters nou leuk om te doen’’, zegt hij) Smerige boel. Gat wordt netjes afgeplakt met een superformaat pleister. Krijg nog een stapeltje van die pleisters mee, omdat de wond nog wel even blijft bloeden. Dat is goed, zegt de dokter, want dan kan er nog meer pus uitkomen; dezelfde reden waarom hij het gat niet hecht.
Om de ontsteking zelf te lijf te gaan, krijg ik recept mee voor antibioticakuur van zeven (!) dagen. Voor de kenners: capsules 500 mg Flucloxacilllin. Boots, de Britse variant van Etos, heeft een apotheekafdeling. Voor drie pound Sterling eigen bijdrage, verlaat ik met doosje capsules de drogisterij. De kuur beteekent wel ZEVEN DAGEN GEEN ALCOHOL! En dat op een eiland waar prachtig Dark Island bier wordt gebrouwen en op Orkney wordt ook een van de lekkerste malt whisky’s gemaakt, Highland Park! Nou ja, Irn-Bru Diet is ook lekker…


If you find this page by googleing your name, thanks again doc Huw Thomas for helping me.

Geplaatst door Ruud om 11:26 | Berichten (5)

6 september 2010

Scotland zomer 2010, deel 1/4

De eerste dagen staan in het teken van reizen. Niet zo erg, want er zitten maar liefst twee boottochten in! De eerste is de vertrouwde overtocht IJmuiden – Newcastle. De reis verloopt stormachtiger dan ik ooit heb meegemaakt. Rond negen uur in de avond begint de deining en die houdt niet op tot de King of Scandinavia de rivier de Tyne opvaart. 's Nachts in bed is het goed merkbaar. Je voelt je bijna loskomen van het matras. Ook 's morgens douchen is nog een hele kunst. En gelukkig hebben ze in de Commodorelounge grote kommen voor de dubbele espresso! Het schip duikt die de golven in en een grote partij boegwater slaat tegen de ramen van de lounge, keer op keer. Een machtig schouwspel. In het ontbijtrestaurant zijn de gevolgen merkbaar. Er zijn maar weinig passagiers die zin hebben in een stevig ontbijt. De schaal met scrambled eggs zit nog goed vol, net als die met de bacon. Uiteindelijk komt de boot met drie uur vertraging (!) aan in Newcastle.
Die vertraging betekent een kleine inperking van het dagprogramma. Moet voor paar boodschappen eigenlijk even centrum Edinburgh in, maar dat zit er nu niet in, wil ik nog op nette tijd in eerste overnachtingplaats Pitlochry arriveren.
Dinsdag is het tijd voor de trip naar Aberdeen. Geen wereldreis, dus tijd zat voor een ommetje. En hé, wat tref ik daar aan op mijn route? De kleinste whiskydistilleerderij van Scotland, Edradour. Produceert per week vijftien vaten. De jaarproductie is wat een grote jongen in een week maakt. De distilleerderij is in de jaren dertig van de vorige eeuw in bezit geweest van de Amerikaanse maffia. En daar zijn ze hier nog trots op ook. Rondleiding begint met filmpje, onder genot van een tien jaar oude Edradour. Je dag kan slechter aanvangen.
Edradour - © Ruud F. Witte 2010

De route vervolgt over de A924 en de A93. Prachtige rit met mooie vergezichten. Leuk om te toeren. Langs de skigebieden die ik van naam ken, maar nog nooit heb gezien: Glenshee en Lecht. Hé, daar is een afslag naar Tomintoul, ook een distilleerderij, maar het betekent 22 mile omrijden. Dat doe ik dus niet.

De overtocht van Aberdeen naar Lerwick op Shetland met Northlink Ferries verloopt rimpelloos. En dan bedoel ik dat ze Noordzee nu zo glad is als een spiegel. Restaurant is helaas volgeboekt, dus ben ik aangewezen op het cafetaria. Dat stelt niet veel voor: een stew, maar die eet ik elders beter.
Heb bewust voor een overtocht vandaag gekozen, omdat er dan een tussenstop is na zes uur varen op Orkney, het eiland waar ik later nog nar toe ga. Hier aangekomen, hoop lawaai onder me. De kettingen waarmee trailers zijn vastgezet worden losgegooid. Na uur lossen en laden, wordt de reis vervolgd, richting Shetland. Daar wordt rond half acht afgemeerd. Eerst auto van boord, daarna mag je terugkeren voor het ontbijt. Dat doe ik dus ook.
Voordeel van vroege aankomst is, dat je nog de hele dag de tijd hebt om van alles te zien. Lerwick slaapt nog half, dus direct stukje richting het noorden gereden, voor een eerste indruk van het eiland. Mooi gebied. Niet zulke hoge en ruwe rotsen als in het westen en noordwesten van het vasteland van Scotland, maar zeker de moeite waard. Dat belooft wat voor de komende dagen.
Camping blijkt niks voor te stellen. Een grasveldje dat niet kan tippen aan het tuintje van een huis in een Vinexwijk. In Lerwick zelf blijkt een zeer goede camping, aan de rand van de stad, naast een groot sportcomplex. Een eenvoudige (= zeer kleine) douche, maar als campinggast mag je ook gebruik maken van de faciliteiten van de sporthal en de voorzieningen daar zijn uitmuntend. Jemig ik wou dat ik thuis zo'n douche had. In al die jaren Scotland zelden zoiets meegemaakt; alsof je door het afvoerputje moet verdwijnen.
Camping lerwick - © Ruud F. Witte 2010

De volgende dag rit naar het de zuidpunt van het eiland. Geen grote afstand, zo'n dertig mile, minder dan vijftig km dus. Mooie, goede wegen en niet druk. Leukste zit in de staart van het eiland. Daar bevindt zich het hoofdvliegveld, Sumburgh. De hoofdweg A970 voert namelijk dwars over een van de twee start- en landingsbanen. Als er vliegtuig aankomt of vertrekt, komt er auto met twee man aan boord. De een sluit het hek aan deze kant en de andere aan gene zijde. Rode knipperlichten – net als bij een spoorwegovergang – dienen als waarschuwing.
Sumburgh Head - © Ruud F. Witte 2010

Donderdag wordt de langste rit gemaakt, naar het uiterste noorden van het eiland. Wil ook de ginmakerij Blackwood bezoeken, maar kan geen aanduiding vinden. Doen we later dus wel. Ook weer zeer fraaie route, door prachtig landschap. Bij Isbister houdt de weg op. TomTom vertelt me dat ik me nu op 60 graden en 36 minuten noorderbreedte bevindt. Noordelijker kan nog wel, maar dan moet ik met een veerboot naar ander eiland van Shetland oversteken. Dat is iets voor een ander jaar.
Vissersboot in zeeloch in heet noorden van mainland Shetland - © Ruud F. Witte 2010

Onderweg nog veel Noorse invloeden merkbaar. Plaats- en straatnamen verwijzen naar vroeger tijden en overal kom je (rode) houten huizen tegen. En ook de Shetland vlag heeft een Noors/Deene verwijzing. Pas in 1469 kwam het in Schotse handen. De Deens/Noorse koning Christian I gaf het aan zijn collega James III van Schotland als bruidsschat van zijn dochter Margaret. Van 875 tot 1066 waren de Vikingen op Zetland en maakten van daaruit hun veroveringstochten naar de andere eilanden en het vasteland van Schotland. Daarom heet de noordelijkste streek van het vasteland Sutherland (Zuiderland).
Weinig Nederlandse herinneringen, terwijl ik op de regionale/toeristische radiozender 60 North FM hoor dat in de zeventiende en achttiende eeuw de haven van Lerwick werd overspoeld met Nederlandse vissers. Ze wachtten hier elk jaar in de vroege zomer op 24 juni, als het visseizoen geopend werd. Ze bouwden er huisjes en lieten er ook andere 'sporen'na. Zo heette in het Shetlandse dialect het 5-pence stuk een stoer, een stuiver. De Hollanders hadden belangen bij Lerwick, dus hielpen ze ook tegen indringers.
De dag – net als de eerste dagen uiteraard – afgesloten met een pint Tartan special. nabij haven van Lerwick. Sportcomplex bij camping heeft ook tapvergunning, maar een bijzondere. Bar mag niet zomaar open zijn kennelijk (of sportcomplex wil dat niet). Je kunt wat bestellen. Dan komt er iemand uit kantoortje het voor je inschenken en die vertrekt daarna weer. En er is keus uit Tennents Lager en Tennents Lager... Nou, en daar zit je dan in je eentje in de bar... Hier komen we dus niet terug. Gelukkig is er nog whisky in de auto.

Vrijdag is het tijd voor de eerste wandeling, op het schiereiland St. Ninian. Niet groot, geen moeilijke stukken, maar wel mooi. Om er te komen moet je stuk strand tussen de zee oversteken. En net als de vorige dagen is het weer prima. Zonneschijn (strakblauwe lucht) en een beetje wind.
St. Ninians Isle- © Ruud F. Witte 2010

Aan einde wandeling de overblijfselen van een kerkje uit de twaalfde eeuw bekeken. Weinig overblijfselen, maar voldoende om je een beeld te vormen. Grappig is dat wat je ziet al de tweede kerk is en vondsten hebben geleerd dat in de IJzertijd hier ook al mensen werden begraven, niet christelijk plaat op de rug, maar op de zij, met tot borsthoogte opgetrokken benen. In 1958 zijn er nog eeuwenoude zilveren sieraden gevonden.
St. ninians chapel - © Ruud F. Witte 2010

Gewoon, omdat het kan, ga ik nog een keer over de runway van het vliegveld, nu om door te rijden naar het uiterste punt, om daar de vuurtoren te bekijken. Ook alweer vanwege het uitstekende heldere weer (weinig vocht in de lucht), kun je hier van daar eindeloos ver weg kijken.
En aan het einde van de eerste week is het tijd voor fish and chips. En zo lekker als hier, heb ik ze volgens mij nog nooit gehad. Voor ik volgende week vertrek, wordt deze tent nog een keer met een bezoek vereerd.

De zaterdag het noordwesten bekeken. Fraaie rit langs (sea)lochs naar Melby en daarna naar Stanydale temple, overblijfselen van een kleine nederzetting van 2500 voor Chr. Dikke muren en in de grond zitten nog de gaten waarin de daksteunen gestaan moeten hebben. Buiten nog wat standing stones. Opvallend, want meestal zijn dit soort stone circles vlakbij zee te vinden en niet midden op het land. Stelt, blijkt uit begeleidend bordje, ook de onderzoekers voor raadsels. Terwijl ik blikje limonade (jazeker, ik drink ook wel eens limonade) drinken en op punt sta mijn bergschoenen uit te trekken, stopt er auto met Brits kenteken naast me. Uit het raampje klinkt: ,,Goedemiddag’’. Een Nederlander. Leuk, net als ik al veel rondgereisd door Scotland en na bezoek aan Shetland zei hij: hier ga ik wonen als met de vut ga. En hij heeft de daad bij woord gevoegd. Woont hier nu al tien jaar. Komt nog wel eens in Nederland en volgt Nederlandse politiek nog klein beetje. Dus binnen paar minuten wilde hij weten of Wilders nu in de regering zit… Op terugreis zie ik bergje turf (in veel gebieden in Scotland nog de brandstof, al wordt turf hier ook voor de sfeer in de open haard gegooid) in het land staan. Uitgestapt en zie in de rond nog wat losse, natten brokken liggen. Paar meegenomen. Droog zijn ze keihard, maar nat kun je ze in stukken snijden. De voorraad ligt nu in achterportaal tent te drogen. Die gaan in najaar en winter in vuurkorf en in zomer op de barbecue. Ruikt heerlijk en dan heb je met glaasje whisky in de hand weer beetje vakantiegevoel. Qua carbon footprint heel slecht. Op turf kun je slecht koken: weinig vuur, veel rook.

Zondagochtend is tijd voor kerkgang. Koers gezet naar St. Columba’s church. Al enige tijd vacant en de dienst wordt waargenomen door de Rev.
Wilma Johnston
. Een mens waar je, hoe zal ik zeggen, niet omheen kunt. Vrolijk type, beetje zoals zij in de Vicar of Dibley, alleen wat ouder, gehuwd (grootmoeder). Dienst wordt voorafgegaan door orgelspel en vanwege het nog steeds stralende weer klinkt er ineens het o, what a beautiful morning
Leuk praatje voor de kinderen, met een grap die beetje over de hoofden van de kinderen heen gaat, maar de gemeente aan het lachen maakt. Het verhaal laat zich niet in getikte tekst laat uitleggen, dus ik vertel het verhaal nog wel eens. Tijdens dienst bekende liederen, dus uit volle borst meegezongen. De middag besteed aan drie lekkere, dikke zondagskranten Scotland on Sunday, The Sunday Times en de Observer Zelfs als je, zoals ik met elke krant doe, het sportkatern wegmietert, blijft er nog een heleboel leesvoer over. Uiteraard nog volop verhalen over het boek van Tony Blair, de affaire William Hague en – ook buiten het sportkatern dus – de rel rond de Pakistaanse cricketploeg. En dan natuurlijk al die bijlage. Muziekje op de achtergrond, borrel, alleen een sigaar ontbreekt. Vanwege de wind moet ik kranten in de auto lezen en daar wordt niet gerookt. Tevreden over zoveel leesvoer, wandeling ruim tien minuten) naar havenfront gemaakt voor pint en daarna fish and chips, die ik oppeuzel op bankje aan de waterkant. Voorwaar geen slechte afsluiting van deze zondag.
In de haven van Lerwick ligt juist dezer dagen een fraai zeilschip, de Statsraad Lehmkul uit Bergen, Noorwegen, afgemeerd. Een lust voor hetoaog.
Statsraad Lehmkuhl- © Ruud F. Witte 2010

Aan de rand van de Victoriapier is een schitterend kunstwerk (overvloeiende drinkbeker) van de kunstenaar Alan Hart geplaatst ter herinnering aan de walvisvaarder Diana, waarvan de helft van de bemanning van Shetland kwam. Lees het hele verhaal door op de link te klikken.
De overvloeiende drinkbeker - © Ruud F. Witte 2010

De maandag is opbreekdag. Wat kan een mens een hoop zooi hebben op de achterbank. Organiseren (=ordenen, opruimen) is nodig, want alles uit de tent moet ook de auto in. Koffer en tassen ompakken. Het is nu prachtig weer en later in de week op Orkney is er kans op regen, dus schone kledingvoorraad heb ik graag voor het grijpen. Met de verse kranten rit naar het westen, om op mooi punt lekker te lezen. Nog mooi uitzichtpunt gefotografeerd en, vooruit, ook een paar Shetlandpony’s vereeuwigd.
shetland pony's- © Ruud F. Witte 2010

Bij Scalloway de lokale kasteelruïne op de kiek gezegd
Scallowaycastle - © Ruud F. Witte 2010

(je kunt niet zeggen dat ik niet voor de cultuur ga in Scotland…) en daarna naar Victoriapier, om naar het pleintje te lopen om, met plastic tas van de krant, voor de webcam te gaan staan. Hoop dat collega’s (die ik uiteraard eerst heb gebeld) me hebben gezien.
De dame van de veermaatschappij heeft me zaterdag al aangeraden niet te vroeg op de kade te verschijnen. De auto’s die in Kirkwall (Orkney) van boord gaan, gaan er hier al laatste op. Dus om de tijd te doden nog even naar het Shetlandmuseum. Daar hoop ik iets meer te weten te komen over de Hollandse visserijlink met Shetland. Leerzaam. Niet alleen informatie over de ondergang van het schip Kennemerland, maar ook over de Nederlandse vissers die hier, wachtend op de start van het visseizoen, foerageerden. Ze kochten er eten en sokken en brachten er jenever (gin). Te weinig tijd om alles goed te bestuderen, dus reden te meer dit drie jaar oude museum nog eens met een bezoek te vereren.En daarmee dus ook Shetland, want de eerste kennismaking is me prima bevallen.

Nu aan boord voor de zes uur durende oversteek naar Orkney. Heb nu wel tafel in het restaurant! Verwachte aankomsttijd voor mij verandert niet, maar voor passagiers die doorgaan wel. De zee wordt ruw vannachtg en bij aankomst Aberdeen is het laagtij, dus kans dat ze later van boord kunnen.
Volgend verslag komt al weer van het vasteland van Scotland

Geplaatst door Ruud om 18:14 | Berichten (1)




Blader

Archief

Verzameld