Puffin

10 september 2010

Schotland zomer 2010, deel 2/2

,,Dat praat wat gemakkelijker,'' klinkt het in het Nederlands als ik in de jeugdherberg van Kirkwall op Orkney vertel dat ik Nederlander ben. De beheerder is dus ook Nederlander. Heb geen idee waar ik precies ben in Kirkwall. TomTom heeft me van veerboot langs verschillende wegen hierheen geleid. Pas de volgende ochtend merk ik dat ik heel dicht bij centrum zit. Vanuit raam van de eetzaal, zie ik de schoorstenen van de whiskydistilleerderij Highland Park. Fraai, maar uur later zal blijken dat ik week aan de antibiotica ga (zie weblogverhaal Onder het mes hieronder), dus drinken is er even niet bij.
Het waait stevig en er zit nog meer wind, storm zelfs, aan te komen. Dat belooft wat voor het kamperen. Met je tentje kun je nog steeds overnachten naast het dorpshuis van Deerness, aan de zuidoostkant van het hoofdeiland. Telefoonnummer hangt op brief achter het raam. Om te bellen, moet je naar bewoonde wereld, want er is hier met mijn Britse gsm (die alleen Vodafonenetwerk zoekt) geen ontvangst. Weinig verkeer op de 'hoofdweg' langs de camping. Wat landbouwvoertuigen en 's morgens forensen die richting de hoofdstand Kirkwall of het vliegveld gaan en begin va de avond terugkeren.
Net als ik ‘s middags met grote moeite mijn tent opzet, komt de beheerster, Linda Bonner, langs. Ze heeft geduld, zodat ik eerst de tent stevig kan vastzetten. Ze overhandigt me sleutel voor de zijkant van het dorpshuis waar zich douche, toilet en wastafel bevinden. Vanwege de storm, mag ik de keuken van het dorpshuis gebruiken; de beheerster haalt een tussendeur van het slot.
Rond vier uur begint het wat te regenen tegen zes uur is het echt mis. Dat wordt kranten en boeken lezen in de auto. Een verschil met Shetland, maar in al die jaren vakantie in Scotland, ben ik wel wat gewend. Voor de dorpsgemeenschap is het goed nieuws. Naast het dorpshuis staat een windmolentje en in de hal van de community centre kun je op een bord aflezen hoeveel er wordt opgewekt, hoeveel het totaal aan kW's van die dag is en het totaal sinds de plaatsing van de windmolen.
’s Nachts in de tent is de storm goed merkbaar. De tent gaat aardig heen en weer, maar de kwaliteit van de constructie bewijst zich. Windkracht negen (heeft de radio gezegd) en er gebeurt niets dat je niet wenst op zo'n avond. Vanwege de storm wel paar keer wakker ’s nachts. Maar wat is er lekkerder dan je dan te kunnen omdraaien om verder te pitten. Ik ben niet iemand die uren wakker ligt…
De volgende ochtend heeft de storm in kracht afgenomen, het is al uren droog en na ontbijt en heerlijke douche is het tijd Orkney opnieuw te verkennen. Kaart en TomTom in de aanslag, karren maar.

Uiteraard ga ik terug naar Earl’s Palace, een kasteelruïne, net boven Birsay, in de zestiende eeuw gebouwd door earl Robert Stewart. De dikke muren staan nog goeddeels overeind, mar verder heeft het de tand des tijds niet goed doorstaan. Maar het kan hier behoorlijk waaien, dus... Ernaast staat de eenvoudige en nog oudere St. Magnus Church, gebouwd in 1064, en herbouwd in 1664 en 1760 (waar folders al niet goed voor zijn.... Het verhaal wil dat hier St. Magnus is begraven nadat hij was vermoord door zijn neef Haakon in 1115. De overblijfselen zijn later overgebracht naar wat nu St. Magnus Cathedral is in Kirkwall.
Het 'Stonehenge' van Orkney, Ring of Brodgar, is druk met bus vol toeristen. Geen geschikt moment dus om foto's te gaan maken. Uitstellen tot een volgende dag. Vervolgens alvast even naar St. Margaret's Hope om te informeren wat de vertrekken zijn van de veerboot naar het vasteland van Schotland vrijdag. Ik kan opnieuw, vanuit Stromnes varen, maar die boot is gelijk aan de twee die ik al heb gebruikt. Pentland Ferries
heeft bijna twee jaar geleden een catamaran in gebruik genomen en dat wil ik wel eens meemaken. Bovendien is de overtocht in tijd korter en bovendien goedkoper dat de staatsgesubsidieerde Northlink.
De volgende dag blijkt de Ring of Brodgar, op een landtong tussen Harray Loch en Stenness Loch bijna verlaten. Het handjevol bezoekers stoort me niet. Mooie gelegenheid om foto's te maken van de 36 staande stenen (het waren er zo'n 4.000 jaar geleden 60!) op de kiek te zetten en te genieten van de rust, ja zelfs bijna sereniteit.
Nieuw in het rijtje bezochte bezienswaardigheden zijn de grillig gevormde kliffen van Yesnaby Kan het gat eerst niet vinden op de TomTom, dus een beetje op goed geluk een zijweg ingereden. Na tien minuten eindigt de weg bij een boerderij. De boer glimlacht. ,,Je bent de eerste niet die verkeerd rijdt’’, zegt hij. Hij pakt zijn bril en laat op mijn kaart van Orkney zien hoe ik wel moet rijden. Het bezoek aan Yesnaby is de moeite waard. Mooie vergezichten, de kliffen zelf zijn het bekijken meer dan waard. Er moet een fraaie wandeling te maken zijn van een paar uur, dus dit plekje gaat op de lijst voor (een) volgend jaar, want dat is terugkeer naar Orkney staat na twee bezoeken wel vast. Bonus is een bezoek aan de ruïne van de ronde kerk van Orphir, deel van een Noorse nederzetting. Daaarbij een zelfbediening visitorcentre, waar onder andere een film wordt vertoond met een sage die zich hier heeft afgespeeld. Uiteraard is het een verhaal met moord en doodslag.
Vrijdag is opbreekdag. Het is droog, dus mooie gelegenheid om slaapzak te luchten aan de waslijn, de spullen in de kofferbak te ordenen en vuil wasgoed naar de achterste koffer te dirigeren en verse voorrad kleding is de tas op de achterbank te stoppen. Als het de komende dagen gaat regenen (dat is voorspeld), is dat alvast maar gedaan.
Overtocht per catamaran van Pentland ferry. Had hoge snelheid verwacht, maar dat merk je niet. Toch moet het hard gaan, want overtocht met oude boot was 1,5 uur en nu ben je in uurtje over. Storm is inmiddels verdwenen. De rit op vasteland langs John O’Groats, Wick en Glenmorangie (Tain) is prachtig. Hier lange tijd niet gereden en dan ook nog volop zonneschijn. Pas op ringweg Inverness wordt het druk, maar zodra ik de A82 richting Loch Ness ga, is het weer rustig op de weg. Hoe dichter ik bij Cannich in Glen Affric kom, hoe meer de bewolking toeneemt. Het blijft droog en het is niet koud. Toch is er voor vannacht en morgen regen voorspelt. Nou je, tent staat inmiddels, is doorgewaaid en klaar voor de nacht.

Geplaatst door Ruud om 20:39 | Berichten (0)

8 september 2010

Onder het mes

Letterlijk. Al week last van een bult in mijn nek (de grap dat het mijn hoofd is, heb ik zelf al gemaakt, dus bespaar je de moeite). Eerste gedachte is dat ik gestoken ben door 'iets', maar in het weekeinde is het nog niet over. Daarom maandag in Lerwick naar de huisartsenpraktijk vlakbij het ziekenhuis. Strikte regels daar. De bult is niet levensbedreigend, dus ik moet afspraak maken voor de volgende dag... Dat heeft geen zin, want maandagavond vaar ik naar Orkney.
De volgende ochtend in Kirkwall nieuwe poging, in Skerryvoe Practice. Daar alle begrip. Kan er uur later terecht. En op vertoon van de internationale kaart van mijn ziektekostenverzekering CZ, hoef ik niets te betalen (CZ had maandag gezegd dat als er kosten verbonden zouden zijn aan de hulp ik die in Nederland kan declareren en als de kosten boven de 250 euro komen, komt de verzekering zelfs direct in actie ). Dokter (‘gp’) Huw Thomson ziet al direct wat er aan de hand is, een bacteriële ontsteking in een 'haarzakje' en onderneemt direct actie. Hij zet mesje in de bult en laat er bloed en pus uitopen. (,,Dit vinden dokters nou leuk om te doen’’, zegt hij) Smerige boel. Gat wordt netjes afgeplakt met een superformaat pleister. Krijg nog een stapeltje van die pleisters mee, omdat de wond nog wel even blijft bloeden. Dat is goed, zegt de dokter, want dan kan er nog meer pus uitkomen; dezelfde reden waarom hij het gat niet hecht.
Om de ontsteking zelf te lijf te gaan, krijg ik recept mee voor antibioticakuur van zeven (!) dagen. Voor de kenners: capsules 500 mg Flucloxacilllin. Boots de Britse variant van Etos, heeft een apotheekafdeling. Voor drie pound Sterling eigen bijdrage, verlaat ik met doosje pillen de drogisterij. De kuur beteekent wel ZEVEN DAGEN GEEN ALCOHOL! En da top een eiland waar prachtig Dark Island bier wordt gebrouwen en op Orkney wordt een van de lekkerste malt whisky’s gemaakt, Highland Park! Nou ja, Irn-Bru Diet is ook lekker…


If you find this page by googleing your name, thanks again doc Huw Thomson for helping me.

Geplaatst door Ruud om 11:26 | Berichten (5)

6 september 2010

Scotland zomer 2010, deel 1/2

(Foto's volgen eind september)

De eerste dagen staan in het teken van reizen. Niet zo erg, want er zitten maar liefst twee boottochten in! De eerste is de vertrouwde overtocht IJmuiden – Newcastle. De reis verloopt stormachtiger dan ik ooit heb meegemaakt. Rond negen uur in de avond begint de deining en die houdt niet op tot de King of Scandinavia de rivier de Tyne opvaart. 's Nachts in bed is het goed merkbaar. Je voelt je bijna loskomen van het matras. Ook 's morgens douchen is nog een hele kunst. En gelukkig hebben ze in de Commodorelounge grote kommen voor de dubbele espresso! In het restaurant zijn de gevolgen zichtbaar. Het schip duikt die de golven in en een grote partij boegwater slaat tegen de ramen van de lounge, keer op keer. Een machtig schouwspel. Er zijn maar weinig passagiers die zin hebben in een stevig ontbijt. De schaal met scrambled eggs zit nog goed vol, net als die met de bacon. Uiteindelijk komt de boot met drie uur vertraging (!) aan in Newcastle.
De vertraging betekent kleine inperking van het dagprogramma. Wil even voor paar boodschappen centrum Edinburgh in, maar dat zit er nu niet in, wil ik nog op nette tijd in eerste overnachtingplaats Pitlochry arriveren.
Dinsdag is het tijd voor de trip naar Aberdeen. Geen wereldreis, dus tijd zat voor een ommetje. En hé, wat tref ik daar aan op mijn route? De kleinste whiskydistilleerderij van Scotland, Edradour. Produceert per week vijftien vaten. De jaarproductie wat een grote jongen in een week maken. De distilleerderij is in de jaren dertig van de vorige eeuw in bezit geweest van de Amerikaanse maffia. En daar zijn ze hier nog trots op ook. Rondleiding begint met filmpje, onder genot van een tien jaar oude Edradour. Je dag kan slechter beginnen.
De route vervolgt over de A924 en de A93. Prachtige rit met mooie vergezichten. Leuk om te toeren. Langs de skigebieden die ik van naam ken, maar nog nooit heb gezien: Glenshee en Lecht. Hé, daar is een afslag naar Tomintoul. Daar is ook een distilleerderij, maar het betekent 22 mile omrijden. Dat doe ik dus niet.

De overtocht van Aberdeen naar Lerwick op Shetland met Northlink Ferries verloopt rimpelloos. En dan bedoel ik dat ze Noordzee nu zo glad is als een spiegel. Restaurant is hellaas volgeboekt, dus ben ik aangewezen op het cafetaria. Dat stelt niet veel voor: een stew, maar die eet ik elders beter.
Heb bewust voor een overtocht vandaag gekozen, omdat er dan een tussenstop is na zes uur varen op Orkney, het eiland waar ik later nog nar toe ga. Hier aangekomen, hoop lawaai onder me. De kettingen waarmee trailers zijn vastgezet worden losgegooid. Na uur lossen en laden, wordt de reis vervolgd, richting Shetland. Daar wordt rond half acht afgemeerd. Eerst auto van boord, daarna mag je terugkeren voor het ontbijt. Dat doe ik dus ook.
Voordeel van vroege aankomst is, dat je nog de hele dag de tijd hebt om van alles te zien. Lerwick slaapt nog half, dus direct stukje richting het noorden gereden, voor een eerste indruk van het eiland. Mooi gebied. Niet zulke hoge en ruwe rotsen als in het westen en noordwesten van het vasteland van Scotland, maar zeker de moeite waard. Dat belooft wat voor de komende dagen.
Camping blijkt niks voor te stellen. Een grasveldje dat niet kan tippen aan het tuintje van een huis in een Vinexwijk. In Lerwick zelf blijkt een zeer goede camping, aan de rand van de stad, naast een groot sportcomplex. Een eenvoudige (= zeer kleine) douche, maar als campinggast mag je ook gebruik maken van de faciliteiten van de sporthal en de voorzieningen daar zijn uitmuntend. Jemig ik wou dat ik thuis zo'n douche had. In al die jaren Scotland zelden zoiets meegemaakt.
De volgende dag rit naar het de zuidpunt van het eiland. Geen grote afstand, zo'n dertig mile, minder dan vijftig km dus. Mooie, goede wegen en niet druk. Leukste zit in de staart van het eiland. daar bevindt zich het hoofdvliegveld, Sumburgh. De hoofdweg A970 voert namelijk dwars over een van de twee start- en landingsbanen. Als er vliegtuit aankomt of vertrekt, komt er auto met twee man aan boord. de een sluit het hek aan deze kant en de andere aan gene zijde. Rode knipperlichten – net als bij een spoorwegovergang – dienen als waarschuwing. Donderdag wordt de langste rit gemaakt, naar het uiterste noorden van het eiland. Wil ook de ginmakerij Blackwood bezoeken, maar kan geen aanduiding vinden. Doen we later dus wel. Ook weer zeer fraaie route, door prachtig landschap. Bij Isbister houdt de weg op. TomTom vertelt me dat ik me nu op 60 graden en 36 minuten noorderbreedte bevindt. Noordelijker kan nog wel, maar dan moet ik met een veerboot naar ander eiland van Shetland oversteken. Dat is iets voor een ander jaar.
Onderweg nog veel Noorse invloeden merkbaar. Plaats- en straatnamen verwijzen naar vroeger tijden en overal kom je (rode) houten huizen tegen. En ook de Shetland vlag
heeft een Noorse verwijzing. Weinig Nederlandse herinneringen, terwijl ik op de regionale/toeristische radiozender 60 North FM hoor dat in de zeventiende en achttiende eeuw de haven van Lerwick werd overspoeld met Nederlandse vissers. Ze wachtten hier elk jaar in de vroege zomer op 24 juni, als het visseizoen geopend werd. Ze hadden belangen bij Lerwick, dus hielpen ze ook tegen .
De dag – net als de eerste dagen uiteraard – afgesloten met een pint Tartan special. nabij haven van Lerwick. Sportcomplex bij camping heeft ook tapvergunning, maar een bijzondere. Bar mag niet zomaar open zijn kennelijk (of sportcomplex wil dat niet). Je kunt wat bestellen. Dan komt er iemand uit kantoortje het voor je inschenken en die vertrekt daarna weer. En er is keus uit Tennents Lager en Tennents Lager... Nou, en daar zit je dan in je eentje in de bar... Hier komen we dus niet terug. Gelukkig is er nog whisky in de auto.

Vrijdag is het tijd voor de eerste wandeling, op het schiereiland St. Ninian. Niet groot, geen moeilijke stukken, maar wel mooi. Om er te komen moet je stuk strand tussen de zee oversteken. En net als de vorige dagen is het weer prima. Zonneschijn (strakblauwe lucht) en een beetje wind. Aan einde wandeling de overblijfselen van een kerkje uit de twaalfde eeuw bekeken. Weinig overblijfselen, maar voldoende om je een beeld te vormen. Grappig is dat wat je ziet al de tweede kerk is en vondsten hebben geleerd dat in de IJzertijd hier ook al mensen werden begraven, niet christelijk plaat op de rug, maar op de zij, met tot borsthoogte opgetrokken benen. In 1958 zijn er nog eeuwenoude zilveren sieraden gevonden.
Gewoon, omdat het kan, ga ik nog een keer over de runway van het vliegveld, nu om door te rijden naar het uiterste punt, om daar de vuurtoren te bekijken. Ook alweer vanwege het uitstekende heldere weer (weinig vocht in de lucht), kun je hier van daar eindeloos ver weg kijken.
En aan het einde van de eerste week is het tijd voor fish and chips. En zo lekker als hier, heb ik ze volgens mij nog nooit gehad. Voor ik volgende week vertrek, wordt deze tent nog een keer met een bezoek vereerd.

De zaterdag het noordwesten bekeken. Fraaie rit langs (sea)lochs naar Melby en daarna naar Stanydale temple, overblijfselen van een kleine nederzetting van 2500 voor Chr. Dikke muren en in de grond zitten nog de gaten waarin de daksteunen gestaan moeten hebben. Buiten nog wat standing stones. Opvallend, want meestal zijn dit soort stone circles vlakbij zee te vinden en niet midden op het land. Stelt, blijkt uit begeleidend bordje, ook de onderzoekers voor raadsels. Terwijl ik blikje limonade (jazeker, ik drink ook wel eens limonade) drinken en op punt sta mijn bergschoenen uit te trekken, stopt er auto met Brits kenteken naast me. Uit het raampje klinkt: ,,Goedemiddag’’. Een Nederlander. Leuk, net als ik al veel rondgereisd door Scotland en na bezoek aan Shetland zei hij: hier ga ik wonen als met de vut ga. En hij heeft de daad bij woord gevoegd. Woont hier nu al tien jaar. Komt nog wel eens in Nederland en volgt Nederlandse politiek nog klein beetje. Dus binnen paar minuten wilde hij weten of Wilders nu in de regering zit… Op terugreis zie ik bergje turf (in veel gebieden in Scotland nog de brandstof, al wordt turf hier ook voor de sfeer in de open haard gegooid) in het land staan. Uitgestapt en zie in de rond nog wat losse, natten brokken liggen. Paar meegenomen. Droog zijn ze keihard, maar nat kun je ze in stukken snijden. De voorraad ligt nu in achterportaal tent te drogen. Die gaan in najaar en winter in vuurkorf en in zomer op de barbecue. Ruikt heerlijk en dan heb je met glaasje whisky in de hand weer beetje vakantiegevoel. Qua carbon footprint heel slecht. Op turf kun je slecht koken: weinig vuur, veel rook.

Zondagochtend is tijd voor kerkgang. Koers gezet naar St. Columba’s church. Al enige tijd vacant en de dienst wordt waargenomen door de Rev.
Wilma Johnston
. Een mens waar je, hoe zal ik zeggen, niet omheen kunt. Vrolijk type, beetje zoals zij in de Vicar of Dibley, alleen wat ouder, gehuwd (grootmoeder). Dienst wordt voorafgegaan door orgelspel en vanwege het nog steeds stralende weer klinkt er ineens het o, what a beautiful morning
Leuk praatje voor de kinderen, met een grap die beetje over de hoofden van de kinderen heen gaat, maar de gemeente aan het lachen maakt. Het verhaal laat zich niet in getikte tekst laat uitleggen, dus ik vertel het verhaal nog wel eens. Tijdens dienst bekende liederen, dus uit volle borst meegezongen. De middag besteed aan drie lekkere, dikke zondagskranten Scotland on Sunday, The Sunday Times en de Observer Zelfs als je, zoals ik met elke krant doe, het sportkatern wegmietert, blijft er nog een heleboel leesvoer over. Uiteraard nog volop verhalen over het boek van Tony Blair, de affaire William Hague en – ook buiten het sportkatern dus – de rel rond de Pakistaanse cricketploeg. En dan natuurlijk al die bijlage. Muziekje op de achtergrond, borrel, alleen een sigaar ontbreekt. Vanwege de wind moet ik kranten in de auto lezen en daar wordt niet gerookt. Tevreden over zoveel leesvoer, wandeling ruim tien minuten) naar havenfront gemaakt voor pint en daarna fish and chips, die ik oppeuzel op bankje aan de waterkant. Voorwaar geen slechte afsluiting van deze zondag.

De maandag is opbreekdag. Wat kan een mens een hoop zooi hebben op de achterbank. Organiseren (=ordenen, opruimen) is nodig, want alles uit de tent moet ook de auto in. Koffer en tassen ompakken. Het is nu prachtig weer en later in de week op Orkney is er kans op regen, dus schone kledingvoorraad heb ik graag voor het grijpen. Met de verse kranten rit naar het westen, om op mooi punt lekker te lezen. Nog mooi uitzichtpunt gefotografeerd en, vooruit, ook een paar Shetlandpony’s vereeuwigd. Bij Scalloway de lokale kasteelruïne op de kiek gezegd (je kunt niet zeggen dat ik niet voor de cultuur ga in Scotland…) en daarna naar Victoriapier, om naar het pleintje te lopen om, met plastic tas van de krant, voor de webcam te gaan staan. Hoop dat collega’s (die ik uiteraard eerst heb gebeld) me hebben gezien.
De dame van de veermaatschappij heeft me zaterdag al aangeraden niet te vroeg op de kade te verschijnen. De auto’s die in Kirkwall (Orkney) van boord gaan, gaan er hier al laatste op. Dus om de tijd te doden nog even naar het Shetlandmuseum. Daar hoop ik iets meer te weten te komen over de Hollandse visserijlink met Shetland. Leerzaam. Niet alleen informatie over de ondergang van het schip Kennemerland, maar ook over de Nederlandse vissers die hier, wachtend op de start van het visseizoen, foerageerden. Ze kochten er eten en sokken en brachten er jenever (gin). Te weinig tijd om alles goed te bestuderen, dus reden te meer dit drie jaar oude museum nog eens met een bezoek te vereren.En daarmee dus ook Shetland, want de eerste kennismaking is me prima bevallen.

Nu aan boord voor de zes uur durende oversteek naar Orkney. Heb nu wel tafel in het restaurant! Verwachte aankomsttijd voor mij verandert niet, maar voor passagiers die doorgaan wel. De zee wordt ruw vannachtg en bij aankomst Aberdeen is het laagtij, dus kans dat ze later van boord kunnen.

Volgend verslag komt al weer van het vasteland van Scotland.

Geplaatst door Ruud om 18:14 | Berichten (1)

30 augustus 2010

Storm op zee

Vakantie begint met flinke vertraging. Door storm, die rond negen uur gisteravond op stak en nog steeds niet is gaan liggen, liggen we drie uur achter op schema. Aankomst in Newcastle pas om 12.30 uur. Dat betekent sttaks beetje doorrijden (lees: minder stops) om op tijd voor de middagborrel in Pitlochry te arriveren.
Storm zelf is wel leuk. Hoge golven en af toe flinke schuimgolven die over de boeg, tegen de ramen van de lounge slaan. Paar keer wakker geweest vannacht, omdat ik lat te rollen in bed. Noog net niet uit bed gedonderd.

Geplaatst door Ruud om 10:50 | Berichten (2)

29 augustus 2010

En het heeft weer uitstekend gesmaakt!

Een van de gangen van mijn diner op zowel de heen- als de terugreis

Geplaatst door Ruud om 21:11 | Berichten (0)

Mijn diner voor vanavond wordt voorbereid

Mochten jullie trek krijgen: ik schuif zo dadelijk aan in het 7 Seas restaurant a/b King of Scandinavia voor een smakelijke vismaaltijd met bijbehorende Chablis.

Geplaatst door Ruud om 13:14 | Berichten (1)

27 augustus 2010

Mijn naam is Crooswijk

Twee leuke stukken van Ton van Duinhoven (overleden op de leeftijd van 89 jaar!) die me zijn bijgebleven. Lach je het weekeinde in…

OK, dan deze van meneer Jamin ook nog even:

Geplaatst door Ruud om 18:13 | Berichten (0)




Archief

Verzameld

Tweets